|
Op 1 januari 2008 is er een vernieuwd rijexamen in gebruik genomen. Van 1 januari tot 1 april 2008 was er een overgangstermijn en konden kandidaten kiezen of ze het rijexamen oude of nieuwe stijl wilden afleggen. Na 1 april 2008 neemt het CBR uitsluitend vernieuwde rijexamens af. Wat houdt het vernieuwde rijexamen in? Bij het vernieuwde rijexamen wordt de kandidaat beoordeeld op verkeersinzicht en zelfstandig rijgedrag. Daar zijn 5 nieuwe examenonderdelen voor ontwikkeld: - -Zelfstandig route rijden
- -Zelfstandige uitvoering van de bijzondere manouvres
- -Gevaarherkenning door situatiebevraging
- -Zelfreflectie
- -Milieubewust rijden
Het zelfstandig route rijden kan in het vernieuwd rijexamen in drie varianten aan de orde komen. - Kandidaat rijdt naar een bekend coördinatiepunt (rijdt naar de Grote Kerk, de Stadsschouwburg, het station);
- Kandidaat krijgt een reeks van (maximaal 5) opdrachten (bijvoorbeeld 1ste straat links, daarna de rotonde 2de afslag en bij de kerk naar rechts);
- Kandidaat rijdt met behulp van een navigatiesysteem als dat aanwezig is en als de kandidaat ermee heeft leren werken.
De keuze wordt vooraf door de examinator bepaald en aan de kandidaat meegedeeld. Het zelfstandig rijden zal minimaal tien tot maximaal vijftien minuten van het examen in beslag nemen, terwijl de totale examentijd hetzelfde blijft. Het bereiken van het juiste eindpunt is geen doel op zich, maar wel de wijze waarop de kandidaat zijn verkeerstaak uitvoert. Zelfstandige uitvoering van de bijzondere manouvres. Er is met opzet voor de term "bijzondere manouvres" gekozen om het verschil aan te geven met de vroegere bijzondere verrichtingen. In het vernieuwde rijexamen zijn er drie bijzondere manouvres: een omkeer-, een parkeeropdracht en een stopopdracht. Uit deze drie kiest de examinator er twee. De hellingproef kan steeksproefgewijs als derde bijzondere manouvre gevraagd worden. Gevaarherkening door situatiebevraging. Bij dit nieuwe onderdeel wordt de kandidaat na uitvoering van een verkeerssituatie gevraagd waarom hij dat op die manier heeft gedaan. Hoe heeft de kandidaat de situatie opgelost en welke afwegingen heeft hij hierbij gemaakt? Het onderdeel wordt al vóór de verkeerssituatie aangekondigd. Zo wordt duidelijk dat het niets te maken heeft met het wel of niet goed uitvoeren van de verkeerstaak. Zelfreflectie. Voor het examen vult de kandidaat een vragenlijst in, bijvoorbeel thuis of tijdens de rijlessen. Die lijst geeft hij aan het begin van het examen aan de examinator. Deze bekijkt de antwoorden pas ná de examenuitslag en bespreekt samen met de kandidaat de antwoorden. Van belang hierbij is dat de kandidaat een realistisch beeld heeft van zijn eigen capaciteiten en beperkingen als automobilist. Zelfreflectie wordt ook NIET meegenomen in de eindbeoordeling van het examen! Milieubewust rijden. Voor een beter milieu en de eigen portemonnee is het van belang dat bestuurders milieubewust autorijden (volgens het principe van Het Nieuwe Rijden). In het vernieuwd rijexamen wordt daarom meer aandacht besteed aan 'milieubewuste' voertuigbediening en voertuigomstandigheden. Er wordt ondermeer aandacht besteed aan anticiperend rijgedrag, de bandenspanning en of de kandidaat op het juiste moment schakelt. Voor de TTT (Tussent Tijdse Toets) gold geen overgangsperiode. Vanaf 1 januari 2008 is de TTT aangepast. Dus met twee bijzondere manouvres en zelfstandig rijden. Kandidaten die vóór 1 januari 2008 een TTT hebben afgelegd en daardoor vrijstelling hebben verkregen, houden deze vrijstelling na 1 januari 2008. Ook als ze een vernieuwd rijexamen afleggen. Bij de Rijopleiding In Stappen (RIS) zullen deeltoets 2 en 3 aansluiten op het vernieuwde rijexamen. Het afsluitende praktijkexamen wordt door een RIS-examinator afgenomen, maar is inhoudelijk hetzelfde als het vernieuwde rijexamen. Om praktijkexamen te mogen doen moet je eerst in het bezit zijn van het theoriecertificaat. Voor deelname aan zowel het theorie- als het praktijkexamen moet je minimaal achttien jaar zijn. Deze leeftijdsgrens geldt ook voor de rijlessen. Het CBR verzorgt in Nederland de rijexamens. Tijdens het examen beoordeeld het CBR of je goed in staat bent om zelfstandig aan het verkeer deel te nemen. Daarbij speelt de veiligheid van jezelf en van anderen een grote rol. Als je rijvaardigheid voldoende is om zelfstandig de weg op te kunnen, verstrekt het CBR een Verklaring van rijvaardigheid. Het CBR gaat ook na of je lichamelijke of geestelijke problemen hebt die van invloed kunnen zijn op je rijgedrag. Als er medisch geen belemmeringen zijn, verstrekt het CBR een Verklaring van geschiktheid. Je rijbewijsdocument krijg je niet van het CBR; dat verstrekt de gemeente waar je woont. Voorwaarde is wel dat je Verklaringen van rijvaardigheid en geschiktheid geregistreerd staan in het Centraal Rijbewijzen Register (CRB). Voor de praktijkexamens heeft het CBR ruim vijftig examenplaatsen, verspreid over heel Nederland. Meestal wordt het examen afgenomen in de examenplaats dicht bij jouw woonplaats. Maar je mag ook op andere CBR-locaties examen doen. Onze voorkeur gaat uit naar de examenplaats Roosendaal. De rijschool verzorgt de aanvraag van het praktijkexamen. Die kan daarbij rekening houden met de dagen waarop je geen examen kunt doen, bijvoorbeeld door schoolexamens of vakantie. Bij de meeste rijscholen kun je, in overleg met je instructeur, zelf je ideale tijdstip van afrijden bepalen. De meeste rijscholen zijn aangesloten op de geautomatiseerde examenagenda van het CBR. Via de computer reserveer je met de rijschool op die manier examentijd. Het voordeel hiervan is dat het lesprogramma en de examendatum goed op elkaar kunnen worden afgestemd. Bovendien weet je als leerling ruim van tevoren wanneer je examen moet doen. Een examen kun je al twintig weken vóór de gewenste examendatum reserveren. De naam van de kandidaat hoeft dan nog niet bekend te zijn. Tot een dag vóór de examendatum kan de rijschool de naam van de kandidaat invullen of veranderen. Bij de aanvraag van het praktijkexamen moeten er enkele documenten van je naar het CBR: de ingevulde Eigen verklaring (je kunt deze verkrijgen bij je rijschool, de gemeente of het CBR); de aanvraagkaart voor het praktijkexamen; Wanneer je deelneemt aan het praktijkexamen B moet je de volgende documenten overhandigen: -de oproepkaart; -een geldig theoriecertificaat; -een wettelijk toegestaan, geldig identiteitsbewijs; -eventueel het adviesformulier van je tussentijdse toets Je moet je persoonlijk bij de examinator melden en de bescheiden overhandigen. Na een inleidend gesprek ga je met de examinator naar buiten en moet je het kenteken van een auto lezen (ogentest). Daarna loop je naar de auto en stel je de stoel en de spiegels af. Voordat je vertrekt, stelt de examinator nog een paar vragen over de auto. Tijdens de examenrit zul je altijd 2 bijzondere manouvres moeten doen en een stukje op de autosnelweg moeten rijden. Als je de tussentijdse toets hebt gedaan is de kans heel groot dat je de bijzondere manouvres niet op het praktijkexamen hoeft te doen. De totale duur van het examen is ongeveer 45 minuten.
|